Kweken op gewenste knoleigenschappen in aardappelen

Door Team Aardappelwereld, 2-nov-2021 10:15:00

Breeding Blog 2 Openingsfoto

De meeste kweekprogramma’s hebben hun eigen procedures en normen. Toch hebben ze een aantal zaken met elkaar gemeen. Het vergelijken van de resultaten van de evaluatie van een nieuw genotype dat ontstaat na een aantal jaren van testen, gaat niet alleen vooraf aan het benoemen als een ras, maar start zodra de kruising is gemaakt in de vroege jaren van selectie. Sommige beoordelingen kunnen veredelaars doen aan de eerstejaarsklonen zoals knolvorm, terwijl andere, zoals bakkwaliteit pas in een veel later stadium plaatsvinden.

Een kweekprogramma heeft een verzameling van een aantal rassen dat het eerder heeft geproduceerd of die van belang zijn in de markt waar de nieuwe genotypen voor bedoeld zijn. Nieuwe genotypen worden vergeleken met dergelijke standaardrassen om te voorkomen dat ze langzaam wegschuiven van de oorspronkelijke beoordeling en om de nieuwe rassen correct te rangschikken naast die goed ingeburgerd zijn en hun plaats in de markt hebben. Bovendien zijn de meeste eigenschappen afhankelijk van de groeiomstandigheden en ermee in interactie, zodat ze elk jaar variëren. De lengte van de kiemrustperiode is een voorbeeld hiervan. Een reden temeer dus om nieuwe rassen steeds te vergelijken met een setje standaardrassen.

Ongewenste enzymatische bruinverkleuring als gevolg van de aanwezigheid van vrije fenolen en polyfenoloxidase treedt op wanneer een verse knol per ongeluk is gesneden of bij het wel bedoeld behandelen tijdens de verwerking. Het is onderwerp van selectie ertegen bij het maken van nieuwe rassen. De vorming van stootblauw na een ruwe behandeling is ook een enzymatisch proces waar polyfenoloxidase bij betrokken is. Met dezelfde intentie wordt aandacht gegeven aan niet-enzymatische grijsverkleuring na koken veroorzaakt door de vorming van een complex van fenolen en ijzer in genotypen met een lage concentratie citroenzuur. Groenverkleuring van de schil bij blootstelling aan licht (chlorofylvorming) is ook sterk afhankelijk van de genetische achtergrond. Ook op blootstelling aan licht met hoge intensiteit als gevolg van een ondiepe plaats van de knollen, volgt chlorofylvorming in de schil en is genotype-afhankelijk en dus verschillen rassen hierin.

Lage bewaartemperaturen versterken koude verzoeting en verouderingsverzoeting door enzym geïnduceerde suikerophoping na afbraak van zetmeel tot suiker zonder daaropvolgende verademing van deze suikers. Het verschijnsel is genotype-afhankelijk, zodat screening op laag suiker helpt om het probleem te verminderen.

Wanneer je nieuwe rassen kweekt, variëren koolhydraatconcentraties zoals van zetmeel en suikers waaronder sacharose (sucrose), glucose en fructose in de nakomelingen van een kruising. Het laagst mogelijke gehalte aan reducerende suikers is gewenst, omdat reducerende suikers in combinatie met een hoge aminozuurconcentratie verantwoordelijk zijn voor donkerkleuring van frites en chips in de Maillard-reactie bij frituren. Suiker of sacharose beschouwen consumenten als oorzaak van slechte smaak in tafelaardappel en veroorzaakt karamelliseren bij frituren. Ook ongewenst hoge niveaus van glycoalkaloïden, bijvoorbeeld meer dan 10 milligram per 100 gram vers knolgewicht, wijzen veredelaars af vanwege de slechte smaak en gezondheidsrisico’s. Gewenste niveaus van gezondheidsbevorderende stoffen selecteren veredelaars in speciale kweekprogramma’s. Kwekers zoeken dan naar hoge concentraties van een gunstige verbinding zoals proteïne (eiwit), vitamine C en andere vitaminen, ijzer, carotenoïden en anthocyanen. Verschillende bestemmingen van de geoogste knollen hebben verschillende specificaties. Telers krijgen vaak een hogere uitbetaling naarmate meer aan alle specificaties is voldaan. Kweekprogramma’s leveren gerichte rassen met toegevoegde waarde voor telers. Ze zijn bereid om de hogere kosten van het pootgoed te betalen als kwekersrecht voor het gebruik.

Er zijn een paar meer specificaties dan aangegeven in de tabel, zoals voor krieltjes, voor pommes parisiennes, voor aardappelen voor de vroege markt en voor bepaalde producten zoals kleurrijke knollen. Kwekers zijn op zoek naar mogelijkheden in dergelijke nichemarkten. Met name voor de biologische markt en landbouw voor eigen gebruik moeten rassen resistent zijn tegen het aardappelvirus Y, de aardappelziekte veroorzaakt door Phytophthora infestans, Alternaria veroorzaakt door Alternaria solani, lakschurft veroorzaakt door Rhizoctonia solani en zilverschurft veroorzaakt door Helminthosporium solani. Vroegrijpheid is gewild om aan de aardappelziekte te ontsnappen. In gematigde klimaten, is een lange kiemrustperiode nodig, omdat biologische telers geen synthetische kiemremmingsmiddelen willen toepassen. In tropische omgevingen waar twee groeiseizoenen per jaar mogelijk zijn, is een korte kiemrust vereist, omdat een paar maanden na de oogst het volgende gewas alweer is gepoot.

 

Afbeelding AW Blog Veredeling 03

Diverse bestemmingen van aardappel eisen verschillende specificaties die onderwerp zijn van kweekprogramma’s die strikte procedures volgen om ze te beoordelen.

 

Meer lezen over aardappelveredeling?
Samen met onder andere met het Louis Bolk Instituut/Bioimpuls hebben wij het Aardappelkweekboek uitgeven. In deze uitgave zijn alle geheimen van succesvol aardappelkweken onthuld. Het fraai vormgegeven boek informeert en inspireert spelers in de aardappelketen. Het boek is verkrijgbaar in het Nederlands, en Engels en Chinees.

Aardappelkweekboek

Onderwerpen : Veredeling
Aardappelkweekboek